In de ELITE-studie (Early versus Late Intervention Trial with Estradiol) verminderde een hormoontherapie de progressie van subklinische atherosclerose bij gezonde postmenopauzale vrouwen die binnen zes jaar na de menopauze een hormoontherapie waren gestart, maar niet bij vrouwen die al tien jaar of meer postmenopauzaal waren.
...
Een nieuwe analyse (1) van die studie heeft de correlatie tussen de plasmaconcentraties van geslachtshormonen en SHBG en de progressie van atherosclerose onderzocht naargelang van de tijd verlopen sinds de menopauze. De studie is uitgevoerd bij 535 gezonde postmenopauzale vrouwen, van wie bijna de helft een hormoontherapie had gekregen. De serumconcentraties van oestradiol, oestron, testosteron en SHBG werden gemeten in het begin van de studie en na 12 en 36 maanden. De dikte van het intima-mediacomplex van de carotis werd om de zes maanden gemeten. Met gemengde lineaire modellen hebben de onderzoekers de correlatie tussen geslachtshormonen, SHBG en een toename van de dikte van het intima-mediacomplex van de carotis geëvalueerd volgens de tijd verlopen sinds de menopauze en na correctie voor de leeftijd, hysterectomie, de initiële dikte van het intima-mediacomplex, de systolische bloeddruk en de BMI. De vrouwen bij wie de hormoontherapie pas laat na de menopauze was gestart, waren ouder en het intima-mediacomplex van de carotis was bij hen dikker. De correlatie tussen de plasmaconcentraties van oestradiol, oestron en SHBG en de toename van de dikte van het intima-mediacomplex van de carotis verschilde significant volgens de tijd verlopen sinds de menopauze (p < 0,01). Bij de vrouwen bij wie de hormoontherapie vroeg in de postmenopauze was gestart, is een negatieve correlatie vastgesteld tussen de toename van de dikte van het intima-mediacomplex van de carotis en de SHBG-spiegel (p = 0,024) en de plasmaconcentratie van oestradiol en oestron, maar die laatste correlatie was niet significant. Bij de vrouwen bij wie de hormoontherapie laat in de postmenopauze was gestart, is een significante positieve correlatie vastgesteld tussen de toename van de dikte van het intima-mediacomplex van de carotis en de plasmaconcentratie van oestradiol (p = 0,005), oestron (p < 0,001) en SHBG (p = 0,037). De correlatie tussen de serumspiegels van geslachtshormonen en SHBG en de toename van de dikte van het intima-mediacomplex van de carotis verschilde dus naargelang van de tijd verlopen sinds de menopauze. De timing van starten van de hormoontherapie is dus belangrijk wat hart- en vaataandoeningen betreft. In een overzichtsartikel hadden Howard Nodis en Wendy Mack (2) al verwezen naar de ELITE-studie om aan te tonen dat de timing van de postmenopauzale hormoontherapie belangrijk is met het oog op een verlaging van de totale sterfte en de cardiovasculaire sterfte. Die twee auteurs schrijven dat alle beschikbare gegevens erop wijzen dat de effecten van een hormoontherapie afhangen van het moment waarop de hormoontherapie wordt gestart (leeftijd, tijd sinds de menopauze), de gezondheidstoestand van de eindorganen en de duur van de behandeling. Als een hormoontherapie wordt gestart bij vrouwen jonger dan 60 jaar en/of kort na de menopauze, verlaagt ze de totale sterfte en de incidentie van hart- en vaataandoeningen significant. Het overzichtsartikel leert ook dat de risico's van een hormoontherapie (waaronder borstkanker, CVA en veneuze trombo-embolie) zeer beperkt zijn (< 10 evenementen per 10.000 vrouwen), dat ze niet specifiek zijn voor de hormoontherapie en dat ze vergelijkbaar zijn met die van andere geneesmiddelen. Referenties: 1. Chen IJ, Stanczyk FZ, Sriprasert I, Karim R, Shoupe D, Kono N et al. Sex steroid hormones and subclinical atherosclerosis progression in postmenopausal women. Eur J Endocrinol. 2025 Mar 3;192(3):248-256. doi: 10.1093/ejendo/lvaf032 2. Hodis HN, Mack WJ. Menopausal Hormone Replacement Therapy and Reduction of All-Cause Mortality and Cardiovascular Disease: It Is About Time and Timing. Cancer J. 2022 May-Jun 01;28(3):208-223. doi: 10.1097/PPO.0000000000000591