De ASO-opleiding staat op een scharniermoment gekenmerkt door de evolutie van een beroepsopleiding 'te velde' naar een opleiding die meer dan ooit door de universiteiten wordt gestuurd. Dr. Amber Van Baelen, voorzitter van VASO, heeft uitgesproken ideeën over hoe de opleiding zou kunnen optimaliseren.
...
Bijna drie jaar geleden startte de werkgroep Master Specialistische Opleiding (MSG) van de Vlaamse Vereniging voor Arts-Specialisten in Opleiding (VASO) met het in kaart brengen van hoe de opleiding tot specialist er in elk van de vier Vlaamse universiteiten uitziet. "Het verzamelen van die informatie is noodzakelijk om een beter beeld te krijgen van de opleiding specialistische geneeskunde", zegt Amber Van Baelen. "De opleidingen zijn soms erg verschillend en voor buitenstaanders is het niet altijd duidelijk hoe de opleiding in de verschillende universiteiten intern vorm wordt gegeven. Dat heeft geresulteerd in een enorme tabel, waarna we in een tweede fase zijn gaan nakijken welke opleidingsonderdelen en -inhoud goed of minder goed zijn aan elke universiteit." Sinds een jaar zit VASO met de inter- universitaire werkgroep Master Specialistische Geneeskunde, waarin de verantwoordelijken van de ManaMa-opleiding aan elke universiteit samenkomen, rond de tafel om te kijken hoe de opleidingen meer uniform kunnen worden gemaakt. "We willen dat elke assistent of arts in opleiding, onafhankelijk van zijn of haar universiteit, de kansen krijgt om de best mogelijke arts te worden. Dat kan enkel door overal de meest kwalitatief mogelijke opleiding aan te bieden. Door de opleiding uniform en meer interuniversitair gestuurd te maken, benutten we de beschikbare middelen ook efficiënter." Een kwalitatieve opleiding die aan de diverse universiteiten op een gelijkaardige manier wordt aangeboden, heeft ook een praktisch voordeel voor de ASO's. "Als ASO word je tijdens de opleiding naar verschillende plaatsen in Vlaanderen gestuurd, die geografisch vaak erg ver uit elkaar liggen. Een student die bijvoorbeeld zijn opleiding in Leuven krijgt, maar in Brugge staat, zou dan bepaalde vakken ook kunnen volgen in Gent en hoeft dan niet steeds terug te keren naar Leuven." Volgens Amber Van Baelen moet de uniformisering van de opleiding mogelijk zijn omdat de theoretische basis overal dezelfde is. "Het houdt in dat je als arts verschillende kwaliteiten moet hebben, die verder gaan dan alleen kennis en vaardigheden. Je moet ook goed zijn in communicatie en samenwerken. Omdat de meeste ASO's uiteindelijk in een ziekenhuis terechtkomen, neemt ook het organisatorische aspect aan belang toe." "In theorie zitten al deze onderdelen in onze opleiding, maar niet elk onderdeel wordt overal even kwalitatief aangeboden. In het ene centrum omvatten de lessen communicatie intervisies of rollenspelen met al dan niet echte patiënten. In een ander centrum verloopt de les over het brengen van slecht nieuws in theorie zonder praktijktoepassingen. De lesgevers hebben hiervoor zelf ook niet altijd de juiste educatieve expertise. We willen niet enkel relevante inhoudelijke lessen krijgen, maar ook dat ze kwalitatief worden aangeboden. In een ManaMa mag je verwachten dat de opleider over voldoende skills beschikt." De afgelopen jaren namen de universitaire centra de ASO-opleiding steeds meer in eigen handen. "De ManaMa is momenteel erg in handen van de universitaire centra", stelt Amber Van Baelen vast. "Bij de huisartsen is de situatie volledig anders. Daar zit de opleiding bij de beroepsvereniging zelf, waardoor je veel meer specifieke praktijkgerichte lessen krijgt en er meer ruimte is voor autonomie en flexibiliteit. Als ASO zouden we graag naar een meer autonoom en flexibeler gestuurd opleidingsplan gaan, dat kan aangepast worden aan de eigen noden.""We kijken daarbij ook naar Nederland waar je als assistent bepaalde, duidelijke leerdoelen moet halen. Heb je een leerdoel nog niet gehaald dan wordt je plan aangepast. Sta je bijvoorbeeld in een centrum waar je weinig technische handelingen kan doen, dan wordt daar het volgende jaar in een ander centrum net meer de focus op gelegd. Het is onze ambitie om te zorgen dat je op basis van wat je al aangeboden kreeg in je opleiding, kan bijsturen zodat je op het einde van de opleiding alle opleidingsdoelen kan afvinken.""We zouden ook graag hebben dat die af te vinken doelen bij de start van de opleiding duidelijk worden aangeduid. Welke criteria moet je behalen om een goede specialist te zijn? De erkenningscriteria bieden hier een basis, maar de inhoud van het stageplan als specialist in opleiding en het stageboekje waarmee gewerkt wordt (Medbook) zijn hier niet altijd op afgestemd. Bijkomend zien we soms ook ongekende opgelegde doelen verschijnen, die helaas voor verrassingen zorgen op het einde van de opleiding." "We merken zeker bereidwilligheid om aan deze wens tegemoet te komen. Soms is het moeilijk om een jarenoude gewoonte om te zetten in een andere manier van werken, maar er worden kleine stappen in de goede richting gezet. Liefst hadden we gisteren al gezien dat alles in kannen en kruiken was, maar als we op het einde van het jaar een uniform opleidingsplan hebben voor de verschillende universiteiten, dan hebben we een sterke basis om verder te werken en het systeem in de diepte uit te bouwen. Vooral het invoeren van een flexibel en autonoom systeem voor elke assistent lijkt lastig." De gesprekken over flexibiliteit en autonomie verlopen momenteel vooral op universitair niveau omdat daar makkelijker structurele aanpassingen kunnen worden doorgevoerd. "Maar ook met de perifere ziekenhuizen en stagemeesters moeten we gesprekken aanknopen. Zij moeten meer betrokken worden bij de nieuwe ontwikkelingen in de opleiding. Daarnaast hebben de assistenten zelf ook een rol te spelen, door onder meer zelf zaken te durven aangeven bij hun stagemeester en mee te waken op het krijgen van goede structurele en onderbouwde feedback." Ten slotte stipt Amber Van Baelen het belang van mentaal welzijn aan. Opnieuw verwijst ze hiervoor naar de HAIO's. "Zij kennen een systeem van structurele intervisie. Ze houden sessies waarin er in groepjes wordt gepraat over moeilijke situaties of problemen waarmee ze worden geconfronteerd, casussen die hen erg hebben geraakt. In de specialistische opleiding is dit momenteel nagenoeg niet aanwezig. Nochtans is het een belangrijke preventieve maatregel om burn-out en depressie tegen te gaan. Op dat vlak zijn er ook bij artsen in opleiding helaas erg schrijnende cijfers."