...

Nederlandse vorsers hebben op basis van de gegevens van de ATHENA-cohorte (98% van de hiv-geïnfecteerde volwassenen en kinderen die medisch worden gevolgd) de evolutie van hepatitis C bij hiv-geïnfecteerde patiënten geëvalueerd. Tussen 2000 en 2014 is de prevalentie van hepatitis C stabiel gebleven bij hiv-geïnfecteerde patiënten: 4-5%. Sinds de invoering van direct werkende antivirale middelen is de prevalentie gedaald tot 1,6% in 2016 en 0,6% nu.Bij homo- of biseksuele mannen die seks hebben met mannen, is de prevalentie van hepatitis C gestaag gedaald van 4% in 2000 tot 0,5% in 2019. Bij drugsspuiters is de prevalentie van hepatitis C gedaald van 70% in 2000 tot 58% in 2014 en 12% in 2019. Momenteel telt de ATHENA-cohorte nog 29 hiv-geïnfecteerde patiënten met een hepatitis C.Hiv-geïnfecteerde patiënten die niet door een arts werden gevolgd, en drugsspuiters volgden minder vaak een behandeling voor hepatitis C. In Nederland is het hepatitis C-virus dus nagenoeg uitgeroeid bij hiv-geïnfecteerde patiënten. Een bewijs dat de doelstelling van de WGO, namelijk een verlaging van het aantal nieuwe HCV-infecties met 90% tegen 2030, realistisch en haalbaar is, althans in gerichte doelgroepen.Ref.: Isfordink C. et al. Abstract OAB0104, IAS 2021.